Een toegankelijke audiotour voor anderstaligen begint niet bij de vertaling, maar bij de Nederlandse brontekst. Wie de taal beperkt beheerst, hoort een lange zin met bijzinnen en verliest de draad; een vertaling van diezelfde zin blijft even moeilijk. Schrijf je bron op eenvoudig taalniveau, dan wordt elke taal die je eruit maakt ook eenvoudig. Hieronder staat hoe je dat doet: hoe je schrijft, hoe je vertaalt en welke stem je kiest.
Waarom het taalniveau van je brontekst alles bepaalt
Automatische vertaling doet precies wat je vraagt. Zet je er een zin in van veertig woorden met drie bijzinnen en een vakterm, dan komt er in het Pools, Oekraïens of Arabisch een zin van veertig woorden met drie bijzinnen en een vakterm uit. De techniek maakt je verhaal beschikbaar in meer dan 30 talen; de leesbaarheid komt uit je eigen tekst.
Dat werkt ook de andere kant op. Korte zinnen, gewone woorden en één idee per fragment leveren in elke taal een tekst op die een bezoeker met beperkte taalvaardigheid kan volgen. Je schrijft dus één keer goed en profiteert er dertig keer van.
Er is nog een reden om laag te beginnen. Dezelfde tekst werkt voor laaggeletterde Nederlandse bezoekers, voor kinderen en voor iedereen die met een koptelefoon door een drukke zaal loopt en maar de helft van zijn aandacht heeft. Eenvoudig taalniveau is geen aparte versie voor een aparte doelgroep; het is de versie die voor de meeste mensen werkt.
Op welk taalniveau schrijf je?
Voor bezoekers die het Nederlands of de doeltaal beperkt beheersen, is A2 tot B1 een werkbaar uitgangspunt. A2 betekent: alledaagse woorden, korte zinnen, geen figuurlijk taalgebruik. B1 laat iets meer ruimte, ook voor abstractere begrippen, zolang je die uitlegt.
Kies één niveau en houd het vast in de hele tour. Een fragment op A2 gevolgd door een fragment op C1 is verwarrender dan een tour die overal net iets te simpel is.
Wil je zeker weten waar je zit, laat de tekst dan lezen door iemand uit de doelgroep zelf. Een taalniveau-check op papier zegt minder dan een bezoeker die halverwege je fragment vraagt wat je bedoelt.
Zo schrijf je een fragment op eenvoudig taalniveau
Houd fragmenten kort: veertig tot negentig seconden gesproken tekst, ongeveer honderd tot tweehonderd woorden. Wie het spoor kwijtraakt, kan bij het volgende object weer instappen.
Een paar concrete regels:
- Eén idee per zin. Splits elke zin met "omdat", "terwijl" of "hetgeen" in twee zinnen.
- Zinnen van gemiddeld tien tot twaalf woorden. Varieer, maar laat geen zin uitlopen tot dertig.
- Actieve zinnen met een duidelijke handelende persoon. "De schilder maakte dit in zijn atelier" in plaats van "dit werk werd vervaardigd in het atelier van de kunstenaar".
- Gewone woorden boven vakwoorden. Gebruik je toch een vakterm, leg hem in de volgende zin uit in gewone taal en gebruik daarna consequent hetzelfde woord.
- Geen beeldspraak, geen ironie, geen woordgrappen. "Het hart van de stad" is voor een deel van je bezoekers letterlijk een orgaan.
- Noem het object waar de bezoeker naar kijkt bij naam, direct in de eerste zin. "Je staat nu voor de grote kaart aan de linkerwand."
- Getallen en jaartallen spaarzaam. Eén jaartal blijft hangen, vijf jaartallen niet.
Wat je opgeeft, is nuance. Wat je terugkrijgt, is een bezoeker die het verhaal tot het einde volgt. Bewaar de verdieping voor een tweede, optioneel fragment of voor de tekst op het scherm.
Welke talen kies je, en wat doe je met de vertaling?
Begin bij je eigen bezoekers. Welke talen hoor je aan de balie? Welke groepen komen via een school, een buurtorganisatie of een inburgeringstraject? Vier talen die daadwerkelijk gebruikt worden, zijn meer waard dan twintig die niemand aanklikt. De statistieken van je tour laten daarna zien welke talen je uitbreidt.
Een automatische vertaling is een goed startpunt en zelden een eindpunt. Drie dingen wil je altijd nalopen:
- Eigennamen en vaktermen. Namen van zalen, objecten, personen en plaatsen moeten onvertaald blijven of juist een vaste vertaling krijgen. Wandrz blijft in elke taal Wandrz.
- Aanspreekvorm en toon. Elke taal heeft eigen conventies voor formeel en informeel. Wat in het Nederlands vriendelijk klinkt, kan in het Duits te familiair overkomen.
- Het taalniveau na vertaling. Vertaalmachines kiezen soms een formeler of langer woord dan je bron. Laat een moedertaalspreker, een vrijwilliger of een docent van een taalschool de vertaling doorlezen; pas de vertaling daarna aan in het platform, zodat de correctie blijft staan.
Schrijf niet per taal een aparte tekst. Eén heldere bron die je in elke taal licht bijschaaft, blijft consistent en is te onderhouden.
Welke stem kies je voor anderstalige bezoekers?
Een natuurlijke AI-stem in de doeltaal is voor de meeste tours de praktische keuze: je hebt hem direct in alle gekozen talen, zonder studio en zonder planning. Waar het bij toegankelijkheid op aankomt, is niet zozeer welke stem, maar hoe je hem instelt.
- Kies een moedertaalstem per taal. Een Nederlandse stem die Pools voorleest, kost de luisteraar extra inspanning bij elk woord.
- Ga iets langzamer dan je gewend bent. Wie in een tweede taal luistert, heeft meer tijd nodig om te verwerken. Een rustig tempo is de goedkoopste toegankelijkheidswinst die er is.
- Zet pauzes in de tekst. Een punt en een witregel tussen twee gedachten geven de luisteraar een moment om bij te komen. Schrijf die pauzes bewust in je fragment.
- Neutrale, duidelijke articulatie boven dramatiek. Een theatrale voordracht met veel intonatiewisselingen is voor een beginnende taalgebruiker moeilijker te volgen.
- Luister elk fragment zelf terug in elke taal. Cijfers, afkortingen en eigennamen zijn de plekken waar het misgaat. Hoor je het verkeerd, pas dan de spelling in de tekst aan tot het klopt.
Een menselijke inspreker heeft warmte die een AI-stem niet altijd haalt. Voor een tour in zes of tien talen die je ook nog wilt kunnen bijwerken, weegt dat meestal niet op tegen de tijd en de kosten. Een tussenweg: laat je hoofdtaal inspreken en gebruik AI-stemmen voor de rest.
Wat je naast de audio nog nodig hebt
Audio helpt bezoekers die moeite hebben met lezen. Tekst op het scherm helpt bezoekers die een taal beter lezen dan horen. Bied beide aan, met dezelfde inhoud, zodat een bezoeker kan meelezen terwijl hij luistert.
Daar hoort ook bij:
- Beeld bij elk fragment, zodat de bezoeker ziet waar het over gaat, ook als een woord ontbreekt.
- Een taalkeuze die meteen bij de start duidelijk is, met de talen in hun eigen schrift en benaming.
- GPS-triggers of duidelijke nummers, zodat niemand hoeft te lezen om te weten wanneer welk fragment speelt.
- Een korte introductie in eenvoudige taal over hoe de tour werkt. Ook dat is een fragment dat je op A2 schrijft.
Kort samengevat
Een toegankelijke audiotour voor anderstaligen maak je zo: schrijf je brontekst op A2 tot B1 met korte, actieve zinnen en één idee per fragment, kies de talen die je bezoekers echt spreken, laat de automatische vertaling nalopen op namen, toon en taalniveau, en gebruik een moedertaalstem in een rustig tempo. De techniek regelt de dertig talen; het taalniveau regel je zelf.
Met Wandrz stel je je tour direct in de browser samen, vertaal je naar meer dan 30 talen en pas je elke vertaling aan waar dat nodig is, in je eigen huisstijl. Wil je weten hoe je bestaande teksten geschikt maakt voor anderstalige bezoekers? Neem contact op voor een gratis adviesgesprek.