Een audiotour platform voor scholen laat je een route samenstellen waarbij leerlingen per stop luisteren, kijken en iets doen. Je bepaalt zelf welke stops er zijn, welke opdracht erbij hoort en in welke talen de tour beschikbaar is. Leerlingen lopen de route met hun eigen telefoon, direct in de browser, zonder dat er een app op schoolaccounts geïnstalleerd hoeft te worden. Als docent houd je het beheer in eigen hand: je past een stop aan, publiceert opnieuw en de klas van het volgende uur loopt de nieuwe versie.
Dit werkt voor een excursie naar een museum of een historisch centrum, maar net zo goed op je eigen terrein: een introductieroute door het schoolgebouw, een biologieronde over het schoolplein, een route langs de praktijklokalen tijdens een open dag.
Wat een audiotour toevoegt aan een excursie
Bij een klassieke excursie hoort één gids of één docent bij een groep van dertig leerlingen. De achterste rij hoort de helft, de voorste rij is al doorgelopen. Met een audiotour luistert iedere leerling hetzelfde fragment, op eigen tempo, met een koptelefoon in.
Dat verandert de rol van de begeleider. Je hoeft niet meer te vertellen; je loopt rond, kijkt mee bij de opdrachten en helpt de leerlingen die vastlopen. De inhoud is al vastgelegd en verandert niet per groep of per dag.
Een tweede winst zit in de voorbereiding. Wat je één keer opneemt of laat inspreken, gebruik je bij iedere klas en ieder schooljaar opnieuw.
Opdrachten per stop: hoe je van luisteren leren maakt
Een stop bestaat uit meer dan geluid. Per stop kun je tekst, beeld en video toevoegen, en die combinatie gebruik je om een opdracht te bouwen. Enkele vormen die goed werken bij een klas:
-
Kijkopdracht. Het fragment noemt drie details in de zaal of in het landschap. De leerling zoekt ze op en beschrijft wat hij ziet in het werkblad.
-
Vergelijkopdracht. Bij de stop staat een historische foto of tekening. De leerling vergelijkt die met de situatie nu.
-
Meetopdracht. Bij een natuurstop of een technieklokaal: tel, meet of noteer iets ter plekke.
-
Interviewopdracht. Bij een bedrijfsbezoek of een open dag laat je leerlingen na het fragment één vraag stellen aan een medewerker.
-
Keuzeopdracht. Aan het eind van de route kiest de leerling welke stop hem het meest is bijgebleven en waarom.
Houd de fragmenten kort. Een leerling van veertien staat niet vier minuten stil te luisteren. Eén tot twee minuten per stop, met de opdracht direct erna, houdt het tempo in de route.
De volgorde van luisteren en doen bepaal je zelf per stop. Soms wil je dat leerlingen eerst kijken en dan het verhaal horen; dan zet je de opdracht in de tekst bij de stop en verwijs je in het fragment naar wat ze net hebben gezien.
Werken met klassen: groepen, tempo en tellen
Een klas van dertig die tegelijk bij stop 1 begint, staat bij stop 3 nog steeds op elkaar. Twee manieren om dat te voorkomen:
Startpunten spreiden. Verdeel de klas in groepjes van drie of vier en laat elk groepje bij een andere stop beginnen. De route is dan een lus: iedereen loopt alle stops, maar in een andere volgorde. Dit vraagt wel dat elk fragment op zichzelf staat en niet verwijst naar de vorige stop.
Startmomenten spreiden. Alle groepjes lopen dezelfde volgorde, met vijf minuten ertussen. Simpeler op te zetten, en je kunt de fragmenten wel aan elkaar knopen.
GPS-triggers helpen hierbij: het fragment start automatisch als het groepje bij de stop aankomt. Leerlingen hoeven niet te zoeken welk nummer bij welk object hoort, en jij bent geen tijd kwijt aan uitleg over het gebruik. Binnen een gebouw of op een terrein zonder goed signaal werk je met stopnummers of een QR-code bij elk punt.
Ruim tijd in voor een korte introductie bij de start: hoe open je de tour, waar zet je het volume, wat doe je als het niet start. Vijf minuten aan het begin scheelt dertig losse vragen onderweg.
Beheer door docenten: wie past wat aan
Het platform werkt in de browser, dus het beheer zit niet bij één persoon met de juiste software op zijn laptop. Praktisch betekent dat:
-
Een vakdocent past de teksten van zijn eigen route aan.
-
Wie de route heeft opgezet, hoeft niet aanwezig te zijn als een collega een stop wil wijzigen.
-
Een wijziging is meteen live in de gepubliceerde tour; de klas van het volgende uur loopt de nieuwe versie.
-
Je hoeft niets opnieuw in te spreken: tekst-naar-spraak zet de aangepaste tekst om in een gesproken fragment met een natuurlijke stem.
Dat laatste maakt het onderhoud licht. Een verkeerd jaartal in een fragment corrigeer je in de tekst, niet in een geluidsstudio.
Spreek binnen de school af wie eigenaar is van welke route en wie mag publiceren.
Meertalig: leerlingen die het Nederlands nog niet volgen
In een ISK-klas, een nieuwkomersgroep of een klas met leerlingen die net een jaar in Nederland zijn, loopt de inhoud vast op de taal. Je vertaalt de tour naar meer dan 30 talen, en je past de vertaling aan waar de automatische versie te formeel of te letterlijk uitpakt. Elke taal krijgt een eigen gesproken versie.
Daarmee luistert een leerling het verhaal in zijn eigen taal en doet hij dezelfde opdracht als de rest van de klas. Voor leerlingen die moeite hebben met lezen werkt het geluid trouwens net zo goed: de inhoud komt binnen zonder dat er eerst een werkblad gelezen moet worden.
In de eigen huisstijl van de school
Kleuren, logo en typografie van de tour stel je in op de huisstijl van de school. Dat is geen cosmetisch detail als je de route ook buiten de les gebruikt, bijvoorbeeld op een open dag of bij een ouderavond: bezoekers zien de school, niet een onbekend platform.
Zo zet je een eerste route op
-
Kies één route, niet vijf. Eén excursie of één ronde door het gebouw. Bij de tweede route ken je het platform al.
-
Bepaal de stops. Zes tot tien stops is genoeg voor een lesuur inclusief lopen en opdrachten.
-
Schrijf de fragmenten uit. Eén tot twee minuten spreektijd per stop, in de toon waarin je tegen de klas praat.
-
Voeg per stop de opdracht toe. In de tekst of het beeld bij de stop, zodat de leerling hem terugvindt zonder papier.
-
Zet de talen aan die je nodig hebt. Vertaal, controleer de vertaling en laat de spraak genereren.
-
Loop de route zelf. Met een telefoon in de hand, in het tempo van een leerling. Hier vind je de stops die te lang zijn en de plekken waar het signaal wegvalt.
-
Test met één klas. Vraag na de les wat onduidelijk was en pas dat aan voordat de andere klassen lopen.
Veelgestelde vragen
Moeten leerlingen een app installeren? Nee. De tour werkt direct in de browser op de telefoon van de leerling. Er hoeft niets geïnstalleerd te worden en er zijn geen schoolaccounts of app-store-rechten voor nodig.
Wat als een leerling geen telefoon heeft? Laat leerlingen in groepjes van twee of drie lopen, met één telefoon en een splitter of afwisselend een oortje. Dat werkt bovendien goed voor de opdrachten, omdat ze erover praten.
Kan de tour ook binnen het schoolgebouw? Ja. GPS werkt binnen niet betrouwbaar, dus je werkt daar met stopnummers of een QR-code bij elk punt. De opzet van de stops en de opdrachten blijft hetzelfde.
Hoeveel tijd kost het om een route te maken? Dat hangt vooral af van het schrijven van de fragmenten; de techniek is niet het knelpunt. Het samenstellen, vertalen en publiceren doe je in de browser, zonder tussenkomst van een ontwikkelaar.
Kunnen meerdere docenten aan dezelfde tour werken? Ja, het beheer zit in het platform en niet op één computer.
Verder praten over een route voor jouw school
Wil je weten hoe een route voor jouw excursie of je eigen terrein eruit zou zien? Vraag een demo aan of plan een gratis adviesgesprek, dan lopen we samen door je stops en opdrachten.
Geen gedoe. Wel impact.